Hilarische rit in mijn groene Golfje

Je kunt veel dingen zeggen van mijn vak, maar saai is het nooit!

Ik begeleid vele geboortes, ben gastvrouw op mijn spreekuur en supervisor voor studenten.  Behalve verloskundige ben ik ook docent, psycholoog, vriendin en maatschappelijk werker. Het werk is spannend.  Helaas soms ook heel verdrietig. En af en toe moet ik ontzettend lachen.

De dienst verliep soepel, ik reed vrolijk rond in mijn groene, gebutste maar trouwe Golfje en zong liedjes mee met 3FM.Aischa Husseini belde. Een grote, goedlachse Somalische vrouw met 5 kinderen. Ik kende haar van vorige zwangerschappen. Ze vertelde me in gebrekkig Nederlands dat de baby eraan kwam. Zij had een medische indicatie en hoorde daarom het ziekenhuis te bellen, waar ze moest bevallen. Maar een vrouw in baringsnood laten we nooit alleen! Ik reed daarom snel naar haar flat. Ze woonde op de vierde verdieping, geen lift. Buiten adem belde ik met mijn zware tassen aan. De deur zwaaide open. Ik werd verwelkomd door een aantal druk pratende vrouwen en door het huis rennende kinderen. De vrouwen zagen er prachtig uit. Met mooie, kleurige gewaden en lachende gezichten. De baby kwam er immers aan. Ik trof Aischa aan op haar bed. Met een berustende blik ving ze de weeën op, omringd door haar vriendinnen. Ik onderzocht haar buik, luisterde het hartje van de baby en voelde voorzichtig onder de doeken hoeveel ontsluiting ze had. Vier centimeter. Ze hadden dus nog tijd om naar het ziekenhuis te gaan. Ik vroeg de dames waarom ze mij hadden gebeld en niet direct het ziekenhuis. Het antwoord kwam rap. “Geen auto, jij ons brengen”, zeiden ze in koor.  Tuurlijk, dacht ik. Het had geen zin om te vragen waar de mannen waren met hun auto…

En zo daalde de karavaan langzaam de trappen af. Een barende vrouw die af en toe moest stoppen om een wee op te vangen, een drietal vrouwen die haar ondersteunden, ik geduldig erachter.  Ik zette Aischa naast mij op de passagiersstoel. Ze pufte de weeën die rap sterker werden dapper weg.  De vrouwen schoven dicht tegen elkaar aan op mijn achterbank.  Het paste maar net. En zo gingen we op weg naar Leiden.

Het moet een fantastisch gezicht zijn geweest. Dat groene Golfje, zwaar op de weg liggend, volgeladen met vrouwen. Een vrouw die puffend met twee handen houvast zocht aan het handvat boven het portier, drie druk kakelende Somalische vrouwen die Allah aanriepen voor een voorspoedige bevalling en een vroedvrouw met een grote lach achter het stuur.

Als volleerd taxichauffeur leverde ik ‘mijn vrachtje’ netjes af op de verloskamer. “Graag gedaan!” riep ik nog.